Problemen

Aanverwante zaken

Hoogbegaafdheid wordt regelmatig, terecht of niet, in een adem genoemd met ADHD en ADD, Asperger, autisme en dyslexie.

Wat ze minimaal gemeen hebben, is dat het alle afwijkingen, in de zin van minder vaak voorkomend, in de bedrading en doorvoer van de hersenen betreffen. Er zijn beslist grote raakvlakken, en deels ook overlappingen.

ADD

Attention Deficit Disorder. Eind jaren 80 werd de diagnose ADD geformuleerd binnen de DSMIV. Mensen die ADD hebben, zijn bovenmatig impulsief, gevoelig, visueel, verstrooid, sensorieel (gevoelig voor prikkels) en actief. En dat allemaal tegelijk (de omschrijving is gebaseerd op: Jeffrey Freed, Ik denk in beelden, jij onderwijst in woorden, Garant 2010).

Mensen met ADD denken op een gelijksoortige manier als hoogbegaafden, namelijk, in beelden, en gebruiken daarvoor ook dezelfde hersengebieden. Ze zijn ook altijd bezig in hun hoofd en praten snel om dat wat ze bedenken te verwoorden.

De moderne leef-, leer- en werkomgevingen zijn voor ADD-ers vaak te sterk prikkelend. En daarom is het voor hen meestal lastig in dit soort omgevingen stabiel te functioneren - hoewel ze dit zelf, in tegenstelling tot hun omgeving, niet zo hoeven te ervaren. Paul Klee

De overeenkomsten tussen hoogbegaafdheid en ADD zijn talloos. De reden daarvoor is dat bij beide, in vergelijking met niet-hoogbegaafdheid en niet-ADD, op bovenmatige wijze de neocortex, en in mindere mate het oudere deel van de hersen wordt gebruikt.

ADD is net als hoogbegaafdheid aangeboren. En juist als bij hoogbegaafdheid geeft het ook voor degene die het heeft, problemen in de huidige samenleving omdat vrijwel alle regels, structuren en processen in onderwijs en werk ingericht zijn op de doorsnee mens. Daarnaast ervaren ook kinderen met ADD, net als HBen, vaak afkeuring en uitstoting, zoals bijvoorbeeld pestgedrag op school.

Het verschil tussen ADD en hoogbegaafdheid is een verschil in accenten. Voorzichtig gesteld (mijn interpretatie van de literatuur daarover), ligt de nadruk bij ADD meer op het hyperachtige karakter van het denken en het gedrag, terwijl bij hoogbegaafden juist meer de nadruk ligt op pure denkkracht.

Als analogie kun je bijvoorbeeld denken aan de relatie tussen voltage en, lekker ouderwets, wattage. Voltage betreft de stroomsterkte, het wattage de doorvoersnelheid van de volts per seconde. Hoogbegaafden kennen een hoog voltage en een variabel wattage, de meeste ADD-ers een hoog wattage bij een gemiddeld voltage; niet alle stroomdraden kunnen dat hebben.

De combinatie ADD en hoogbegaafdheid komt, niet verwonderlijk, regelmatig voor. Regelmatig ook worden verkeerde diagnoses gesteld in die zin dat hoogbegaafden die wat drukker dan gemiddeld zijn en bovenmatig last hebben van teveel prikkeling in hun omgeving, het label ADD krijgen opgeplakt. Omgekeerd gebeurd minder vaak.

Daarnaast is er ook op dit gebied een overdiagnosticering in de zin dat, naar mijn weten, tegenwoordig de diagnose ADD nogal makkelijk wordt gesteld. In het verlengde daarvan geldt, vervelend genoeg, dat medicijnen die hierbij worden gebruikt, zoals Ritalin, in ruime mate en zonder veel kritische reflectie, voor jaren op een rij worden voorgeschreven door artsen en psychiaters.

Overigens, naarmate mensen met ADD ouder worden, worden de problemen door veranderingen in de hormoonhuishouding vanzelf steeds beter hanteerbaar. Mensen worden namelijk naarmate ze ouder worden, rustiger in gedrag.

ADHD

Wat ik hiervoor schreef over ADD, geldt in feite ook voor ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Er zijn echter wel enige belangrijke verschillen.

Het grote verschil is dat ADHD veel meer een stoornis in klassieke zin is dan ADD. Alles is heftiger en complexer, ook wat betreft de oorzaken.

Wat helpt bij ADD - structuur, rust, en afwezigheid van overprikkeling - helpt in mindere mate bij ADHD. Tevens komt ADHD nogal eens in combinatie met een andere stoornis voor, zoals bijvoorbeeld een vorm van autisme, wat het helemaal lastig maakt om grip op de problemen te krijgen.

De incidentie van ADHD bij hoogbegaafden is bovengemiddeld. Andersom ook. Echter, de reden hiervoor is vooral dat het allebei afwijkingen betreft die aangrijpen op de neocortex en het intensieve gebruik ervan.

Autisme

Het centrale kenmerk van alle vormen van autisme is een sterk verminderd vermogen emoties bij jezelf en anderen te kunnen onderkennen. Dit is een aangeboren gebrek, wat vooral vanaf het vierde levensjaar tot uitdrukking komt. Natuurlijk vindt er ook stapeling plaats: omdat het vermogen in mindere mate aanwezig is, kan daar in de opvoeding ook nauwelijks op gebouwd worden. Wat er nog is, wordt in mindere mate ontwikkeld.

Het raakvlak met hoogbegaafdheid is dat veel hoogbegaafden, hoewel ze in principe wel goed bij hun emoties kunnen, dat in de praktijk vaak in mindere mate doen. Ze hebben zich aangewend die voor zich te houden onder invloed van, bijvoorbeeld, stelselmatige afkeuring en buitensluiting, en leven vooral in hun eigen, sterk cognitief getinte wereld.

Het verschil tussen autisten en hoogbegaafden in deze is, dat hoogbegaafden die hiermee worstelen, kunnen leren zich te uiten op het emotionele vlak en autisten niet.

Er is geen statistisch bewijs dat autisme vaker voorkomt bij hoogbegaafden dan bij niet-hoogbegaafden. Er is dus geen verband tussen autisme en hoogbegaafdheid.

Toch kun je je voorstellen dat buiten de normale overdiagnose op het vlak van autisme, regelmatig hoogbegaafden als autistisch worden gediagnosticeerd door personen, officieel gekwalificeerd of niet, die in mindere mate dit onderscheid kunnen maken. En als zij daar al moeite mee hebben, dan de gemiddelde burger al helemaal. Die ervaart een gesloten persoon die karig communiceert en nauwelijks bij zijn of haar emoties kan, en plakt daar dan het label autistisch op, hoogbegaafd of niet.

Asperger

Het syndroom van Asperger is een combinatie van bovengemiddelde tot hoge intelligentie en autisme.

Personen die dit syndroom hebben, hebben dikwijls een zeer hoog IQ. De bijbehorende vorm van autisme is vaak niet zo'n prettige want het kenmerk ervan is dat de persoon naast afgevlakte emoties, sterk op zichzelf is gericht. Dat op zichzelf gericht zijn komt voor in verschillende varianten, van goed- tot kwaadaardig.

Bij Asperger in combinatie met hoogbegaafdheid geldt in hoge mate dat hoogbegaafdheid, autisme, en gerichtheid op het zelf, elkaar versterken en in stand houden. Sommigen die met dit syndroom worstelen, zijn een grote last voor zichzelf en hun omgeving.

Een bijkomend probleem is dat bij hoogbegaafden Asperger in hoge mate foutief gediagnosticeerd wordt door de ggz. - Mijn schatting is in de verhouding ongeveer 20 op 1. Dat wil zeggen, 20 foutieve diagnoses tegenover 1 echte.

De reden hiervoor is onder meer dat bij het diagnosticeren gedrag en karakter door elkaar worden gehaald en de testen vaak allesbepalend zijn. Daarnaast kunnen ze bij de ggz hoogbegaafden over het algemeen niet goed 'lezen.' Ze snappen niet wat voor iemand ze voor zich hebben en autisme/asperger is dan een makkelijke 'restbak'.

In de in 2013 uitgebrachte versie van de DSM, DSM-V, is het Syndroom van Asperger als aparte diagnose verdwenen. Het wordt nu samen met autisme en vergelijkbare stoornissen samengevat onder het label autismespectrumstoornis. Het aspergersyndroom wordt gezien als een milde vorm hiervan.

Net zoals voor andere vormen van autisme geldt dat er nauwelijks goede behandelingsvormen, inclusief pillen, voorhanden zijn om iemand van zijn Asperger te 'genezen.'

Dyslexie

Dyslexie en hoogbegaafdheid komen regelmatig samen voor. Het type hoogbegaafdheid wat dan meestal prevaleert is van het creatieve type. Denk aan waanzinnig fantastische architecten, musici, en acteurs. Dyslexie is geen stoornis. Het betreft een onschuldig kronkeltje, een deficiëntie, ergens in de hersenen. Mensen die dyslectisch zijn hebben moeite met de juiste spelling van woorden en de volgorde van cijfers en dergelijke.

Tegenwoordig wordt er in de samenleving beter op ingespeeld dan vroeger. Toch geldt voor kinderen met dyslexie, tenzij dat de ouders speciale steunende maatregelen nemen, dat ze grote kans hebben niet ver te komen in de maatschappelijke ratrace. De reden is dat ons onderwijs minder goed met dyslexie uit de voeten kan.